Het is weer koud en nat. De temperatuur zakt vaak onder de 7 graden en dat betekend dat het weer tijd is voor de winterbanden. In de winter maanden kan het dan ook erg glad zijn op de wegen. Maar wat moet je nou doen bij gladheid? Winterbanden alleen zijn vaak niet voldoende. Je rijgedrag aanpassen is dan noodzakelijk en dit voorkomt veel ongevallen. We hebben hieronder 5 tips voor je die het rijden bij slechte weersomstandigheden een stuk aangenamer maken.
Kijk vér voor je uit, dan stuur je in veel gevallen vanzelf in de goede richting. En dat gaat beter wanneer je niet te dicht achter je voorganger rijdt. Het lijkt misschien niet nodig, maar iedere seconde en meter telt als je onverwachts in een slip terecht komt.
Zorg voor extra ruimte op de weg voor je. Die paar meter extra geeft je meer tijd om te reageren op onverwachte situaties. Maakt je voorganger een noodstop? Dan zijn die paar tellen extra om te remmen erg fijn! En - ook niet geheel onbelangrijk - degene achter je vind dat ook. Ga ook vooral niet op iemands bumper hangen omdat je haast hebt, dit kan tot vervelende situaties leiden. Ook bij het invoegen geldt hetzelfde. Neem de tijd en de ruimte om rustig, met gepaste snelheid in te voegen.
Soms kan optrekken vanuit stilstand al direct zorgen voor een uitglijder. Bij te snel optrekken graven de slippende banden zich dieper in de sneeuw en komt de auto helemaal niet meer van zijn plek. We raden je aan om weg te rijden in de tweede versnelling, dit kan je helpen. Geef weinig gas en laat de koppeling heel rustig opkomen. Dat kan overigens ook prima in de eerste versnelling, maar doe rustig aan! Probeer al je handelingen tijdens het rijden beheerst en rustig te doen.
Moet je dan toch onverhoopt een noodstop maken, dan wil je natuurlijk dat het ABS (antiblokkeersysteem) optimaal functioneert. Ga dus niet ‘pompend’ remmen. ABS werkt alleen als je de remdruk hoog houdt. Trap - bij voorkeur tegelijkertijd - hard op de rem en de koppeling. Schrik niet als je rempedaal gaat trillen of als je rare geluiden hoort. ABS zorgt ervoor dat je wielen blijven draaien (anti-blokkeren dus). Daardoor kun je blijven sturen als dat nodig is. Ga je toch glijden? Het is dan belangrijk in de richting te kijken waar je heen wilt.
In sommige gevallen kun je bij gladheid beter helemaal niet remmen. In bochten bijvoorbeeld. Laat het gaspedaal op tijd los om je snelheid te verminderen. Doe dit ruim voor de bocht. Geef bij gladheid pas weer gas als je de bocht uit bent. Heb je de bocht toch niet goed ingeschat? Blijf dan vooral kalm! Gooi het stuur niet ineens om. Zodra je weer grip hebt, ga je vanzelf weer de goede kant op. Het stuur omgooien en aan de andere kant van de weg terechtkomen, misschien wel tegen een boom of tegenligger, dat wil je niet.
Winterbanden zijn geen oplossing voor winterse problemen. Als je twee keer zo hard rijdt, is je remweg normaal gesproken vier(!) keer zo lang. Bij gladheid wordt dat nog eens versterkt. Winterbanden hebben dan wel een kortere remweg dan zomerbanden, maar wanneer je te hard rijdt wordt dat effect volledig opgeheven.
Stuur gelijkmatig
rem niet abrupt
Stuur bochten niet te scherp in
Veiligheidssystemen als ESC (ESP) kun je bij optrekken vanuit stilstand op gladde ondergrond soms beter even uitschakelen. Ze kunnen het wegrijden in de sneeuw juist moeilijker maken. Zet zodra je weer rijdt ESC (ook wel ESP genoemd) direct weer aan
Houdt je banden op spanning. Er wordt weleens gezegd dat bandenspanning verlagen zou helpen bij gladheid. De banden zouden daardoor meer contact met de weg maken en dat zou moeten resulteren in extra grip. Helaas! Te zachte banden gaan ten koste van de stabiliteit. De zachtere structuur van de banden verergert dat alleen maar. Om je winterbanden optimaal te laten functioneren, is de juiste bandenspanning nog belangrijker